19 januari 2016

Schrijf het met ... K3: Seconden tikken in mijn lijf

onderweg naar een ongeluk
 
Inspiratie vind je overal ... schreef ik in mijn vorige blogpost. Dus ook tijdens een avondje meebrullen met K3. Ik zag er een beetje tegenop. Tegen de K3-gekte. Maar eigenlijk was het geweldig om nog even een klein meisje te zijn. Samen met mijn eigen kleine meisjes.
Eén zin uit een liedje bleef hangen: Ik voel de seconden tikken in mijn lijf. Een zin waar een verhaal in zit. Het werd geen vrolijk K3-verhaal.

Vanavond is onze avond 

Ik kon het maar beter vergeten. De auto kreeg ik zeker niet mee. Of ik wel goed wijs was. Gewoon geen goed idee. Er reed toch zeker wel een trein? Dat vond papa ervan.
Ik koos voor puberstrategie. Pruillip, valse tranen, slaan met deuren.
Dat het niet eerlijk was. Dat ik het al beloofd had aan Janina en Margot. Dat ik mijn rijbewijs al meer dan een jaar had. En dat we al weken naar deze avond uitkeken. Dat gilde ik. Naar papa, mama en iedereen op ons verdiep die het wilde horen.
Ik kroop onder mijn dekbed en hoorde het bekende gesprek. Poeslieve woorden van mama. Papa steeds rustiger. Ze legde de sleutel zachtjes op mijn bureau. Dat ik voorzichtig moest zijn en van de avond genieten, knipoogde ze.
Mylan leek alleen voor ons te zingen. We zongen luidkeels mee. Na afloop van het concert wilden Janina en Margot in de bar blijven hangen. Ze hoopten dat Mylan zomaar zou opduiken. Of in elk geval zijn gitarist. Of de drummer misschien. We zagen niemand. Natuurlijk niet. Zij dronken nog een laatste wijntje (en nog één). Ik verdronk haast in de Cola Zero.
"Wat een avond", giechelden ze toen we eindelijk in de auto stapten. Na exact zeventien minuten lagen ze allebei te slapen. Ik vocht ertegen.
Ik schrok van schurend metaal. De vangrail. De auto tolde. Ik zag een vrachtwagen recht op ons afrijden. Ik voelde de seconden tikken in mijn lijf. Trager dan traag. Dan toch de klap. En stilte.
"Slapen ze nog", dacht ik heel even. "Janina? Margot?" zei ik. Zachtjes. Vragend. Niets.
Ik hoorde benzine of olie druppelen. Besefte nu pas dat de auto op zijn kop lag. Ik kroop langs de versplinterde voorruit naar buiten. De chauffeur van de vrachtwagen rende mijn richting uit. Een andere auto stopte. Ik krabbelde recht.
Ineens waren er veel mensen. Geroezemoes. 'Och', 'wat een klap' en 'leven ze nog?' Ik zag het slaperige lichaam van mijn vriendinnen hangen.
"Help ze", fluisterde ik bijna.
"Gaat het meisje?" vroeg een vrouw met een paraplu. Dan pas voelde ik de regen.
"Mijn vriendinnen!" riep ik nu.
"Zat jij daarin?" zei ze vertwijfeld.
"Help!" gilde ik naar iedereen die het wilde horen.
Niemand deed iets. De mensen stonden in een stille kring rond het wrak. Witte gezichten. Wangen nat van regen en tranen. Het werd drukker. Van onder de paraplu en met een arm om mij heen zag ik politieagenten, snijbranders, ambulances. En dan waren ze weg. Janina en Margot. Ik vergat die avond nooit. Nooit.

Meer lezen? Klik dan door naar mijn vorige schrijfoefeningen: uit het leven gegrepen of verzonnen.

Follow my blog with Bloglovin



Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...