Posts tonen met het label schrijfoefening. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijfoefening. Alle posts tonen

10 oktober 2016

Schrijf het ... in één ruk

Oogst na een half uurtje doorschrijven

Doorschrijven is iets dat ik al vaker probeerde. Met 750 woorden per dag bijvoorbeeld. Gewoon beginnen schrijven en jezelf verplichten om door te schrijven. Elke gedachte toelaten om zo uiteindelijk jezelf te verrassen. Of starten met een mooie beginzin en dan schrijfmeters maken. Je weet dan wel waar je begint, maar nooit waar je eindigt.
Ook op mijn schrijfcursus gingen we aan de slag met doorschrijven. We schreven een half uur lang, maar het voelde als tien minuten. Een heerlijk gevoel als je zo in een soort van schrijfrush zit. Ik schreef de grootste onzin. Uiteraard. Maar tussen al dat gekrabbel, zat toch nog een mooi verhaal #oftochzoiets. Omdat het lang geleden is, laat ik jullie nog eens meelezen. 


Rood 
De straat is grijs. De lucht ook. Grijs is niks, denk ik, grijs is onzichtbaar en verdriet. Ik wil niet grijs zijn. Ik wil rood en blauw en geel. Maar vooral rood. Op weg naar school stop ik altijd bij de rode hakken in de etalage. Honderddrieëntwintig euro kosten ze. Zoveel heb ik niet. Toch sta ik elke dag even stil voor het blinkende glas. De ronde neuzen van de schoenen glimlachen dan voorzichtig. Zij en ik sluiten een prille vriendschap. Iedere keer weer moet ik de betovering verbreken. Wegkijken van het stralende rood. Terug naar het grijs.
Ik duik dan weg in de sjaal van geel en ruik het zonnige meisje dat alle kleuren van de wereld met zich meenam. Het meisje dat ik alleen nog maar kan voelen in de warmte van de sjaal. Het meisje dat blauw was in haar ogen, geel in haar haren en rood in haar lach. In haar lach die soms té luid was. In haar bloed ook, dat soms traag als stroop over haar armen kroop. Na de lach té vaak het kerven. De pijn.
Rood is niet altijd mooi. Dat weet ik nu. Rood is soms eenzaam en einde. Als in nooit meer. nooit meer hand in hand door de straten. Nooit meer veelbetekenende blikken en de slappe lach. Alleen maar grijs nu. Grijs en stil. Soms schreeuwt mijn telefoon door de stilte. Ze is er weer, denk ik dan heel even. Maar het is nooit meer zij die na de pijn de glimlach in haar stem terugvindt. De glimlach van rode schoenen tussen het grijs.


Follow my blog with Bloglovin

29 augustus 2016

Schrijven is spelen: pak je pen op

 
Ik blijf altijd een beetje een klein meisje. En ja, ik kan al eens plezier beleven aan een spelletje. Daarom vind ik de schrijfoefeningen op Schrijflust van Yoeke Nagel zo leuk. Je kiest uit een reeks gekleurde pennetjes en je wordt verrast met een willekeurige, korte schrijfoefening. Ik klikte drie keer.

... --- ...
Ze gaat en denkt. Waarom? Ze vertraagt. Aan de ingang van het park ziet ze hem al staan. Ze wil zich omdraaien en wegrennen, maar hij kijkt recht in haar ogen. Er speelt een glimlach om zijn lippen. Boosaardig. Denkt ze. Ze gaat.

Blufscrabble
rumineren (rumineerde, heeft gerumineerd)
1. doelloos spullen verplaatsen, meestal zonder dat men het beseft
Nadenkend rumineerde ze alle pennen op haar bureau.

Camerawerk
Ze pulkte aan het losse velletje naast haar vingernagel. Met de telefoon tussen haar oor en schouder geklemd luisterde ze naar de beltoon. Na zeventien dagen durfde ze Lisa eindelijk te bellen om te praten over wat er nu precies tussen hen was gebeurd die avond.

Klik jij ook eens? Ik ben sowieso nieuwsgierig naar het resultaat van je schrijfoefening. Je mag hier dus altijd achterlaten wat je ervan gemaakt hebt.

Follow my blog with Bloglovin

27 juli 2016

Schrijf het met ... een foto


Oefenen. Experimenteren. Spelen met woorden en ideeën. Zoeken naar mijn stem. Dat is de reden waarom ik zo af en toe aan de slag ga met een schrijfoefening. Met wisselend reultaat. Deze keer probeerde ik mijn eigen foto-schrijfopdracht van gisteren. Tijdens de vijftien minuten freewriting kreeg ik onmiddellijk een cadeautje van mijn hersenen: enkele interessante verhaallijnen. Aan de slag ermee:

De vertrekhal

Elke koffer, iedere rugzak is hier volgepropt met dromen. Stevige valiezen met bikini's, jurkjes, slippers en toch maar een dikke trui voor je weet maar nooit. En rugzakken met zo weinig mogelijk voor zo lang mogelijk.
Niemand vermoedt wat in de koffer van Jonas zit. Elke letter van zijn volgende boek heeft hij netjes ingepakt. Elk kladje. Alle notities. Elke uitgeprinte versie. Hij liep vast. Verdwaalde tussen zijn eigen woorden. Achter zijn bureau in zijn appartement raakte hij steeds meer verstrikt tussen de intriges van zijn personages. Zijn hoofdpersonage ging een eigen leven leiden en leek hem in zijn gezicht uit te lachen. Geen enkel detail bleek nog te kloppen. Hoe dieper hij probeerde te graven, doe dieper hij zonk. Als in drijfzand. Hij moest weg. Naar een plaats waar hij elke letter, elk woord, elke zin opnieuw vorm zou kunnen geven. Het werd een eenzaam huis op een bergflank in La Palma.
Ella heeft alles bij wat je van een vakantieganger verwacht. Van bikini tot zonnecrème. Alleen heeft ze niet de standaard vakantieplannen. Ze wil haar retourticket maar in één richting gebruiken. Heen. En nooit meer terug. Niet terug naar het verstikkende appartement. Niet terug naar de vernederende woorden. Niet terug naar hem. Ze moest weg. Naar een plaats waar ze terug zichzelf zou kunnen worden. Het werd een eenzaam huis op een bergflank in La Palma.
Ella kijkt op om te zien of het boarden nog niet begonnen is. Ze wil weg, weg, weg. Van onder de rand van haar grote zonnehoed kijkt ze recht in het gezcht van een man die er al even wanhopig uitziet als zijzelf.



Follow my blog with Bloglovin

26 juli 2016

In drie stappen van foto naar verhaal


Eerder schreef ik al over Vijf manieren om ideeën te bedenken. Eén van de tips die ik toen meegaf, waren schrijfstarters: korte zinnen of ideeën die je kunnen inspireren tot een verhaal. Ook foto's kunnen ideale schrijfstarters zijn. Elke foto vertelt immers een verhaal. Het moet alleen nog geschreven worden.
Zo ga je aan de slag:
  1. Kies zonder nadenken een foto die je aanspreekt. Neem geen foto waarvoor je onmiddellijk al een verhaal in je hoofd hebt. Wanneer je vooruit gaat plannen, is het resultaat van je schrijfoefening minder verrassend en intuïtief. Op Pinterest verzamelde ik enkele foto's die mij raken. Neem gerust een kijkje en laat je inspireren. Op Schrijven Online verschijnt iedere week een foto-schrijfopdracht. Ook daar kan je gebruik van maken. Het leukste verhaal maakt trouwens iedere keer kans op een prijs. Je kan je ook helemaal laten verrassen en aan de slag gaan met de foto die deze beeldengenerator voor je uitkiest.
  2. Schrijf naar aanleiding van de foto vijftien minuten zonder stoppen. Wat je schrijft, hoeft nog geen verhaal te zijn. Schrijf gewoon alles op wat de foto bij je losmaakt. Val je stil? Kijk dan nog eens goed naar de foto en kies een nieuwe invalshoek. 
  3. Kies een fragment of zin uit punt twee als startpunt voor je verhaal. Je uiteindelijke verhaal hoeft de foto niet verklaren. Zolang je maar voelt dat de foto de inspiratie voor je verhaal vormde. 
TIPS
  • Maak je geen zorgen dat je verhaal niet dicht genoeg bij de foto blijft. De bedoeling is immers vooral om nieuwe ideeën te genereren. Ideeën die anders misschien wel nooit bij jou waren opgekomen. 
  • Je kan ook met meer dan één foto werken: gebruik dan een foto zonder mensen om de setting van je verhaal te bepalen en een foto mét mensen als inspiratie voor je personage(s). 
  • Wanneer je aan het schrijven bent, kan je muziek opzetten die volgens jou bij de foto past. Zo raak je helemaal in de juiste sfeer voor je verhaal. 
Veel schrijfplezier! Ga je aan de slag met deze oefening? Deel dan gerust het resultaat.



Follow my blog with Bloglovin

Foto: gevonden bij poetryforkidsjoy.blogspot.com op Pinterest

18 juli 2016

Schrijf het met een tweet: een warme uitnodiging


Twitter is een wereld vol korte berichtjes waar hele verhalen achter zitten. Daar zit een schrijfoefening in, dacht ik zo. Dus af en toe pluk ik een tweet uit de feed en verzin ik er een eigen verhaal bij.
Ik schreef deze keer buiten. Op het terras. In de warme zomerlucht die met elke alinea eindelijk een beetje afkoelde. Op de achtergrond fluitende vogels en de buurvrouw die zong bij de afwas. Het verhaal werd misschien een beetje klef, maar dat hoort bij vandaag, geloof ik.
Snikheet. Te heet om te eten, te bewegen of zelfs te denken. Toch zit ik op mijn terras voor een bord tomaten met mozzarella. Het moet. Het is bijna zeven uur. Ik probeer niet te bewegen. Omdat het dan minder opvalt hoe klein mijn terras wel is en omdat het dan een halve graad koeler lijkt.
Er staat een groot glas ijsthee voor mijn neus. Met een rietje. Ik hoef alleen mijn mond maar open te doen en er stroomt een ijskoud beekje door mijn lijf. Een straaltje hoop, dat ook.
Met mijn ogen dicht probeer ik me op een strand te denken. Mijn oren werken niet mee. Ze wonen in een drukke straat in een grootstad. Met auto's die remmen voor rood, ongeduldige claxons en flarden van gesprekken.
Ze staan op scherp, mijn oren. Ze wachten op een teken van hem. Op de sleutel in de voordeur, de snelle voetstappen in de traphal, een korte aarzeling bij de deur en het venster dat enkele seconden later wordt opengegooid.
Ze wachten op de zachte klikjes van de zwarte koffer. Op de zoete klanken van de klarinet die stroperig door de zomerlucht zweven. Alsof ze alleen voor mij bedoeld zijn. Alsof zijn vingers alleen mij bespelen.
Vandaag ben ik extra alert. Want op zijn gesloten deur hangt een Post-It met mijn handschrift. Met mooie woorden over zijn dagelijkse oefensessies en een ietwat gedurfde uitnodiging. Getekend: je buurvrouw van links. De tonen van Star Wars betekenen: Ja!



Follow my blog with Bloglovin   

7 juli 2016

Schrijven: gewoon een beetje spelen

Deze tools maken van schrijven een spel.

'Gewoon' een beetje spelen. Dat is wat ik deze week ging doen. Geen hard labeur, maar loslaten. Een kleine speurtocht op Google leerde mij dat er heel wat tools bestaan die van schrijven écht een spel maken.
The writing game: Eveline
Eveline doet dat heel letterlijk. Het is een spel waarbij je in de schoenen van een schrijver stapt. Je hebt maar één taak: een boek schrijven. Wanneer je je aan het bureau installeert, kan je beginnen schrijven door op willekeurige toetsen van je toetsenbord te rammen. Het verhaal hoef je zelf niet te verzinnen. Dat schrijft zichzelf. Makkelijk denk je? Niet echt. Het routineus tikken wordt al snel vervelend. Eveline geeft je het gevoel dat elke schrijver wel eens heeft. Tot en met de afwijzing van de uitgever toe. Probeer het maar eens!
Aan de slag met Inklewriter
Fictie is leuk, maar interactieve fictie maakt van lezen (en schrijven) een spel. Stel je voor dat het een makkie is om je verhaal eender welke kant op te sturen. Om te spelen met verhaallijnen. Om personages op te voeren en even vlotjes weer af te voeren. Met Inklewriter kan dat. Je kan je verhaal heel eenvoudig verschillende richtingen uit sturen. En dankzij de software raak je nooit de draad kwijt. Een experimentje waard, lijkt mij.
750 woorden per dag
Schrijf elke dag! Deze schrijftip lees je overal. Het is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. 750words.com helpt je om vol te houden. Je krijgt een punt telkens wanneer je schrijft. Wanneer je 750 woorden schrijft, krijg je twee punten. Doe je dat elke dag, dan krijg je er nog meer. 750words maakt ook een mooie grafiek van je schrijfprestaties. Je ziet hoe lang je erover deed om 750 woorden aan elkaar te rijgen, op welke momenten je het meest productief bent, hoe vaak je langer dan drie minuten geen letter op papier krijgt ... Een mooie manier om aan de slag te blijven én inzicht te krijgen in je schrijfproces.
Laat je besmetten met het taalvirus 
Language is a virus is het beste medicijn tegen writer's block. Het is een overdreven grote verzameling schrijfstarters, tekstgenerators, schrijfoefeningen, tekstexperimentjes ... Ik speelde al even met de tool 'Visual poetry'. Het resultaat kan je boven deze post bewonderen. Ik denk dat ik het virus zwaar te pakken heb en dat ik nog regelmatig de tijd zal vergeten met Language is a virus.

Speel je mee deze week? Dan hoor ik graag waar jij het meeste plezier aan beleefde.



Follow my blog with Bloglovin  

20 juni 2016

Schrijf het met ... 55 woorden

Verhaal in 55 woorden
 
Schrijven is oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Daarom verzon ik (nog maar eens) een nieuwe uitdaging voor mezelf. Want het kort houden is ook een kunst!
Schrijf een verhaal in 55 woorden dat begint met de eerste zin van bladzijde twaaf uit een willekeurig boek in je boekenkast.
Snoeper
Ik was benieuwd wat het 'speciaals' was dat deze klant zocht. (Uit: Schijnbewegingen - blz. 12 - Floortje Zwigtman) Hij haalde zijn neus op voor de neuzen. Bedankte voor een negerzoen. Zelfs een toverbal vond hij te gewoontjes. "Ik zoek iets spectaculair. Iets waar niemand af kan blijven", zei hij nadenkend. Hij pakte mijn hand en nam mij mee. Een bijzonder tevreden klant.

Wat krijg jij kwijt in 55 woorden? Ik ben nu al benieuwd!



Follow my blog with Bloglovin 

19 mei 2016

Zo schrijf je beter: workshop familieverhalen

Hoe wek je je voorouders tot leven

Elke familie heeft zijn verhalen. In nummer 2, jaargang 20 van het magazine 'Schrijven' vertelt Olga Majeau hoe zij een boek bij elkaar schreef over haar Hongaarse overgrootvader. Mooi, hoe de vondst van een aantal brieven kan leiden tot een boek.
In mijn eigen familie zie ik niet meteen een boek. Maar misschien wel enkele mooie, kleine verhalen. Als je een kort verhaal wil vertellen over één familielid, schrijft Majeau, is het belangrijk om te focussen op de kleine details. Details die veel zeggen over de persoon en die je stuk verlevendigen.
Als er één persoon is over wie ik wil schrijven, is het mijn grootmoeder, mijn 'Meterlin'. Een klein mevrouwtje die weinig boekenwijsheid had, maar des te meer levenservaring. Ze overleed toen ik zwanger was van mijn kleinste meisje. Die is ondertussen zeven. Af en toe overvalt het mij hoeveel ik haar mis. Zoals dit weekend.
Mama haalde het kluisje met juwelen van meter uit. Toen ik haar fijne gouden horloge door mijn vingers liet gaan, zag ik onmiddellijk haar bezige handen. Meterke toch, denk ik dan. Want haar troostende, zorgende, wroetende handen, hadden de jaren voor haar dood amper nog kracht.
Er is één verhaal dat ze verschillende keren vertelde. Een verhaal dat ik nooit zal vergeten.Ik schrijf het hier neer op mijn manier.

postkaart
Albertpark Halle - Foto: delcampe.be

Als bladeren fluisteren
Al twee jaar oorlog. Céline maakt zich klaar voor een nieuwe schooldag. Want oorlog of geen oorlog, er is altijd school. Het is zeven uur en nu al warm. Het zijn die laatste weken voor de grote vakantie. Zou het na de vakantie nog oorlog zijn. Of is het dan eindelijk gedaan? 
Céline heeft niet veel tijd om er over na te denken. Ze worstelt met het hete strijkijzer. Het hemdje van haar uniform moet kreukloos zijn. Anders haalt de directrice van de huishoudschool haar regel boven. En dat wil je niet.
"Céline! Ida is hier", roept haar moeder. "Zijt ge nog niet gereed?"
"Nee. Nog niet. Zeg haar dat ze al gaat", roept ze terug. "Dan zijn we tenminste niet alletwee te laat", mompelt ze erachteraan. Want ook dat wil je niet.
Wanneer ze geen enkele vouw meer vindt, trekt Céline het hemdje aan. Ze zoekt haar kookboek voor de les van vandaag. Want zonder boek naar school, nee, ook dat wil je niet.
Bij het naar buiten gaan, bekijkt Céline zich nog even in de spiegel. Ze trekt haar rok recht, veegt een spatje van haar schoen en legt haar bronde krullen goed. Netjes moet ze zijn. Perfect.
Met kleine korte passen gaat ze op weg. Snel. Bij de spoorweg heeft ze Ida nog altijd niet ingehaald. Ziet ze haar nu lopen op het brugje boven de Zenne? 
Plots loeit het alarm boven de stad. Ze hoort de vliegtuigen al. Iemand sleurt haar mee in een portaal. Ze houdt haar boekentas stevig vast en drukt zich tegen de muur. Alsof ze in het huis wil kruipen. Tegelijkertijd maakt ze zich zorgen over het hemdje. Het mag niet vuil worden. 
Er volgt een enorme knal. De grond trilt. Het geluid van de vliegtuigen sterft weg. Alles wordt stil. Er is alleen nog stof. Naar school, denkt Céline, ik moet naar school. Ik ben al te laat. Dat wordt straf. 
Verdoofd loopt ze naar het park. Er staan twee vrouwen te jammeren onder een boom. Ze volgt hun blik. Tussen de bladeren herkent ze de schoenen van Ida. Die met het hakje, waar ze altijd zo jaloers op is.
"Niet, Ida", denkt ze. Ze moet een hele tijd op de grond gezeten hebben. Onder de boom. Maar ze herinnert zich weinig. Alleen leegte en fluisterende bladeren.
Ze wordt weer een beetje zichzelf als de directrice haar stevig vastpakt. "Meisje toch", zegt ze zacht. Céline kijkt haar aan met waterige ogen. "Ik heb mijn hemdje nog gestreken", fluistert ze.


Follow my blog with Bloglovin 


9 mei 2016

Schrijf het met een tweet: De afspraak

Verhaal over een moeilijk gesprek

Twitter is een wereld vol korte berichtjes waar hele verhalen achter zitten. Daar zit een schrijfoefening in, dacht ik zo. Dus af en toe pluk ik een tweet uit de feed en verzin ik er een eigen verhaal bij. In deze aflevering:


Ze staat te koken wanneer hij thuiskomt. Hamburger met boontjes. Ze onthoofdt elke boon met een driftig gebaar. Het afval mikt ze - niet altijd even precies - in een uitgewassen ijsdoos. De aardappelen staan al te pruttelen op het vuur.
'Hoe was het liefje?', valt hij met de deur in huis.
Ze zegt niets. Kijkt zelfs niet op. Geconcentreerd spoelt ze de boontjes. Grondiger dan echt noodzakelijk. Dan kwakt ze de pan op het vuur.
'Wat heeft de dokter gezegd?' dringt hij aan.
Ze antwoordt door de laatste restjes van de bonen ruw in de ijsdoos te vegen. De doos mikt ze van ver naast de afwasbak.
'Mona, zeg eens iets? Heeft hij iets gevonden?' Hij staat nog altijd in de deuropening van de keuken.
Ze rommelt in de kast. Op zoek naar een pan om de hamburgers in te bakken. De stapel pannen schuift met luid gekletter op de grond. Ze pakt de pan die ze zocht en negeert de exemplaren die nog op de grond liggen.
Dan komt Stijn in beweging. Hij raapt de pannen op, schuift ze terug in de kast en gaat achter Mona staan. Voorzichtig neemt hij haar schouders vast. 'Was het niet in orde, liefje?'
Ze laat het pak hamburgers uit haar handen glijden. Op het aanrecht. Ze prutst zenuwachtig aan het etiket. Zucht. Aarzelt. Zwijgt.
'Zeg het nu maar Mona, we moeten dit samen doen.' Zegt hij stil.
Geërgerd schudt ze zijn handen van haar schouders. Ze draait zich om. 'Holy shit,' roept ze plots, 'ik heb mijn doktersafspraak drie maanden kunnen verzetten. Zo lekker, want ik had zo geen zin om vandaag te gaan. Echt!'
Verbijsterd staart hij naar haar rug terwijl ze de kamer uitstampt. Ze eindigt het gesprek met een flinke klap van de slaapkamerdeur.  
 


Follow my blog with Bloglovin

26 april 2016

6 korte oefeningen (voor een half uurtje schrijven)

Schrijfoefeningen voor wanneer je een half uurtje tijd hebt

Mijn grote verhaal ... Het is niet dat het niet meer geschreven wil worden. Maar zo af en toe zet ik het grote werk graag even opzij. Dan hebben mijn verhaal en ik even ademruimte nodig #oftochzoiets.
Toch is het slim om dan te blijven schrijven. Want enkele avonden niet schrijven, wordt al gauw enkele weken niet schrijven. En dan is het heel moeilijk om de pen weer op te pakken. Ik weet waarover ik spreek.
Op Schrijven Online vind je massa's mini-schrijfoefeningen. Ideaal voor een korte 'schrijftraining'. Ik zet enkele favorieten op een rijtje.

Goed voor een half uurtje schrijven:
  • Pak een willekeurig boek uit je boekenkast. Noteer enkele begin- en eindzinnen van hoofdstukken. Kies je twee favoriete zinnen en schrijf een verhaal van 1.000 woorden met deze zinnen als begin en eind. 
  • Er wordt aangebeld. Het is de postbode met een pakketje. Zonder afzender. Je maakt het open. Wat zit er in? Hoe voelt het? Ruikt het? Welke gevoelens roept het op? Laat je fantasie de vrije loop. 
  • Je wordt midden in de nacht wakker door een vreemd geluid. Hoe klinkt het? Wat gebeurt er tijdens de volgende tien minuten? 
  • Schrijf een kort verhaal van ongeveer 300 woorden over een doodnormaal onderwerp: naar bed gaan, koken, de hond voeren, de trein nemen ... Maak het veel spannender dan het is.
  • Bij Lyssa vond ik de volgende schrijfoefening: verzin drie zelfstandige naamwoorden of werkwoorden die niks met elkaar te maken hebben. Eén van de drie woorden moet je eerste woord zijn. Daar begin je mee. De twee andere woorden verstop je in de eerste alinea. En dan gewoon doorschrijven.
  • Of schrijf een zeswoordenverhaal. Een tekst die uit precies zes woorden bestaat, maar toch een heel verhaal bevat. Pas op! Deze 'korte' oefening houdt je vaak nog het langste bezig ...


Follow my blog with Bloglovin

25 april 2016

Een nieuw verhaal: van begin tot eind

Een verzameling tips over verhalen schrijven.

Een nieuw verhaal schrijven... Begin dit jaar startte ik een reeks posts over de dingen waar ik tegenaan liep. Letterlijk alles, van begin tot eind, kwam aan bod. Voor jullie (en ook een beetje voor mezelf) zet ik ze allemaal nog even op een rijtje. Handig voor moeilijke schrijfmomenten.

Het begin
Geen verhaal zonder begin. Of eerder, zonder idee. Zonder allereerste zaadje. En die zaadjes voor je verhalen kan je letterlijk overal vinden. Gewoon je ogen en oren openhouden, is vaak meer dan genoeg.

Pittige personages
Elk verhaal valt of staat met zijn personages. Personages moeten leven. Je moet kunnen voelen wat zij voelen en denken wat zij denken. En weten dat het 'echt' is. Daarom zijn er drie belangrijke dingen die je met je personages moet doen.

Vertelperspectief
Het perspectief dat je kiest, heeft sowieso invloed op je verhaal. Daarom is het handig om bij de start van je schrijfproces een beetje te spelen met het perspectief. Probeer verschillende dingen uit en kies dan het vertelperspectief dat het beste aanvoelt.

Vertelde tijd
Vertel je over één belangrijke dag in het leven van een personage? Of kies je voor een lange geschiedenis? Ik heb zo mijn eigen voorkeur. Maar iedereen doet natuurlijk lekker zijn eigen zin.

(Be)schrijven
Ellenlange beschrijveingen zijn misschien niet meer van deze tijd, maar goede beschrijvingen blijven belangrijk. Ze helpen je lezer om echt in het verhaal te stappen.

En dan het einde
Vaak is het einde helemaal zoek bij mij. Ik weet niet altijd goed waar ik mijn personages naartoe moet leiden. Daarom verdiepte ik mij in mogelijke soorten eindes. Ik hoop dat het helpt. Want het einde is er nog altijd niet.

Veel schrijfplezier! Ook ik blijf oefenen, schaven en schrappen ...



Follow my blog with Bloglovin

19 april 2016

Stiftgedicht: alle begin is moeilijk

 
Onder het motto 'schrijven is schrappen', waagde ik mij aan mijn allereerste stiftgedicht. Een gedicht dat ontstaat door woorden weg te stiften uit een willekeurig stukje tekst. Dat kan een oud boek zijn, de krant van gisteren of in mijn geval, de Humo.
Alle begin is moeilijk blijkbaar. Bij een eerste poging schrapte ik enthousiast een woordje weg dat mooi moest blijven staan. Dag gedicht. Hallo nieuwe bladzijde. Nog een keer verbanden zoeken tussen op het eerste zicht arbitraire woorden.
Kleuren is echt mijn sterkste kant niet, want hier en daar raakte ik weer een letter kwijt. Met een beetje goeie wil is het gedicht toch nog (min of meer) leesbaar. Hoop ik.

Uit de column van Arnon Grunberg in de Humo van 4 tot 10 maart 2016
Ik blijf oefenen. Ondertussen kan je je laten inspireren door Dimitri Antonissen. Iemand die duidelijk vlotter tussen de lijntjes kleurt (én tussen de regels leest).
Ga je zelf aan de slag met tekst en stift? Veel plezier! Het resultaat delen mag.


Follow my blog with Bloglovin


12 april 2016

Schrijf het met een ... starter: Post-its en gesloten deuren

Write a scene that involves a Post-it Note.

Schrijfstarters zorgen ervoor dat de gekste verhalen in je hoofd opborrelen. Hoera, inspiratie! Toen ik bovenstaande starter bij Liz van Pluizenbol zag verschijnen, draaiden mijn hersenen meteen op volle toeren. Zij maakte er een mooi verhaal van. Het mijne is weer helemaal anders.


Ze liep de Groenstraat in en zag het gele briefje van ver hangen. De moed zonk in haar schoenen. Een Post-it betekende dat de deur straks niet zou open gaan. Weer niet. Ze zou aanbellen. Voor de vijfde dag op rij al. Maar ze zou zich tevreden moeten stellen met de korte boodschap op het briefje.
Het was nu iets meer dan een week geleden sinds haar moeder vertelde wie haar vader was. Ze vond onmiddellijk een adres. Een meevaller. Het duurde enkele dagen voor ze naar zijn straat durfde gaan. Pas nog een dag later drukte ze voor het eerst op de bel.
'Hallo, ik ben Lieke', had ze gestameld toen de deur voorzichtig open ging. Ze had zijn blik gezien. Een blik van herkenning. De deur was onmiddellijk terug dicht gegaan. Ze belde nog eens. En nog eens. Maar alles bleef stil. Minutenlang bleef ze voor de blauwe deur staan. Verbijsterd. Toen elk groefje en elk vlekje op de deur in haar hersenen stond gegrift, draaide ze zich traag om. Daarna rende ze de straat uit. Nog nooit had ze zich zo verlaten gevoeld.
Ze wist zeker dat ze niet meer terug zou gaan. Maar de volgende dag al liepen haar voeten ongemerkt richting Groenstraat nummer acht. Ze kon niet anders. Dat moet hij geweten hebben. Ergens in het midden van de deur (maar net niet, dat zag ze meteen) kleefde de eerste Post-it.
VOOR LIEKE - Ik wist dat je hier op een dag zou staan. Dit is geen goed idee.
Toch belde ze aan. Weer bleef alles doods achter de blauwe deur. Maar ze wist zeker dat ze de gordijnen heel even zag bewegen. Ze wist nog zekerder dat ze terug zou blijven komen. Elke dag. Jarenlang als het moest. De Post-it stopte ze in haar schoolagenda.
De dagen erna kreeg de eenzame Post-it het gezelschap van 'Ik kan je echt niets vertellen. Laat het zo.' en 'Soms komt spijt te laat. Het is nu te laat. Toch sorry.' Ze vroeg zich stilletjes af welk excuus ze vandaag te lezen zou krijgen. Altijd in een mooi handschrift, dat wel.
VOOR LIEKE - Elke dag zonder jou miste er iets. Maar nu mis ik de moed.
Het woordje moed maakte Lieke net wel moedig. Ze viste de roze Post-it in de vorm van een tekstballon uit haar rugzak. Die had ze al enkele dagen bij zich. De gele Post-it stopte ze bij de andere. De roze kleefde ze netjes in het midden van de blauwe deur. Ze belde nog eens aan. Voor de volledigheid. Maar lang wachten deed ze niet.
VOOR PAPA - Jij bent de enige papa die ik heb. De rest zien we nog wel.
De volgende dag liep ze zo traag als ze kon de Groenstraat in. Bang voor wat ze zou vinden. Op de deur van nummer 8 kleefde geen Post-It.



Follow my blog with Bloglovin

10 april 2016

Een nieuw verhaal: vijf (be)schrijfoefeningen

Quote Virginia Woolf

Beschrijven. Het lijkt iets uit boeken van vroeger. Waarin schrijvers bladzijden lang beelden schilderden met woorden (denk aan Tolkien in Lord of the Rings). In moderne literatuur komt het verhaal veel meer uit de actie. Toch moet ook een moderne schrijver bedreven zijn in beschrijven.

Misschien is het ondertussen zelfs lastiger. Want schrijvers van nu moeten in zo weinig mogelijk woorden een precieze en gedetailleerde beschrijving geven. De meeste lezers zijn op zoek naar personages en actie. En net genoeg beschrijving om het verhaal voor ogen te kunnen zien. Bij lange beschrijvingen haken ze af.

Beschrijvingen kunnen heel simpel zijn. Je moet gewoon naar iets kijken (of het voor ogen houden) en vertellen wat je ziet. Een goede beschrijving? Die bestaat alleen uit de elementen die echt belangrijk zijn, met precies de juiste woordkeuze.

Vijf (be)schrijfoefeningen
  1. Beschrijf je favoriete plek. Je slaapkamer, het park, je stamcafé. Filter alle actie weg en focus alleen op de ruimte. 
  2. Denk aan een favoriet filmpersonage. Beschrijf hem of haar van kop tot teen. Beperk je niet tot het uiterlijk van het personage, maar beschrijf ook zijn of haar manier van doen. Let wel: zonder dialoog of actie. 
  3. Beschrijf een moeilijk begrip voor een kind. Het zonnestelsel bijvoorbeeld. Hoe beschrijf je dat op zo'n manier dat een kind zijn plek erin begrijpt? 
  4. Droom je (net als ik) van een eigen boek? Beschrijf hoe de cover er uit zou moeten zien. 
  5. Beschrijf één ding op 10 verschillende manieren. Gebruik telkens maar één zin.  
De laatste oefening probeer ik zelf even uit. Met, euhm, hitte bijvoorbeeld.
  • De tegels rond het zwembad waren zo heet dat ze blaren brandden in de voetjes van Mira en Cas. 
  • Alles was heet. Zo heet dat autobanden wegsmolten op het asfalt en zelfs het asfalt vloeibaar werd. 
  • De hitte zinderde en schilderde vijvers onder zijn oksels en meren op zijn rug. 
  • De hete zon verspreidde zich over mijn lichaam als een mes met choco over een sneetje brood. 
  • Het was zo'n gloeiend warme middag waarop zelfs de vogels liever zwegen. 
  • De stekende zon tekende onmiddellijk rode vlekken op de plekken waar de zonnecrème mijn huid niet had gevonden. 
  • De tent werd warmer. Nog even en we zouden niet anders kunnen dan naar buiten drijven. Op zoek naar water om een nieuwe zonovergoten dag door te komen. 
  • De thee schroeide haar lippen net niet en ze voelde hem warm en traag naar beneden lopen.  
  • Het graanveld rolde zich loom over de heuvels in de brandende julizon.
  • Het badwater kookte mijn huid net niet van mijn lijf. 
Voila, mijn schrijfspieren zijn weer een beetje getraind. Als jij ook aan de slag gaat met één van de oefeningen, lees ik graag het resultaat!



Follow my blog with Bloglovin

12 maart 2016

Schrijfdag Creatief Schrijven: tijd om vrede te sluiten met mijn pen

Schrijfdag Creatief Schrijven

De afgelopen weken woedde er een stille oorlog in mijn huis. Oorlog tussen mijn overvolle hoofd en elke mogelijke witte bladzijde die in mijn buurt kwam. Ik verfoeide ze. Wist niet meer wat ik er mee moest aanvangen. Wilde er alleen maar dikke vette strepen op trekken.
De oorzaak? Geen idee? Hoe begint een oorlog? Misschien lag het aan de eeuwige twijfel die altijd op de loer ligt. Misschien had ik mijzelf té lang, té veel onder druk gezet. Of misschien was ik even vergeten dat ik toch vooral schrijf omdat ik het gewoon graag doe.
Daar werd ik mij vandaag opnieuw van bewust tijdens de schrijfdag van Creatief Schrijven. Ik moest er heel wat kilometers voor rijden. Want de C-Mine in Genk ligt niet direct in mijn achtertuin. Gelukkig vormde het oude mijnterrein de perfecte achtergrond voor een vredesoffensief tussen mijn pen en ik.
Ik dacht heel vaak 'Juist ja!' bij het verhaal van jeugdauteur Kaat Vrancken. Ik leerde anders kijken (door een lens) tijdens de workshop flitsverhalen. Ik praatte met andere schrijvers. Herkende mezelf. Glimlachte om de slam poetry van Jee Kast. Maar vooral. Ik keerde terug met genoeg ruimte in mijn hoofd om opnieuw bladzijden te vullen.



Follow my blog with Bloglovin

10 februari 2016

Een nieuw verhaal: vertelperspectief

Door welke bril ziet de lezer het verhaal

Een belangrijke keuze bij het begin van een verhaal is het vertelperspectief. Door welke bril laat je de lezer naar het verhaal kijken? In nummer 6, jaargang 19 van het magazine 'Schrijven' staat een workshop rond vertelperspectief van Carla de Jong. Ideaal om een beetje mee te experimenteren.
Om te beginnen, een definitie: 'Het vertelperspectief is (...) het punt van waarneming van waaruit een tekst of een deel van de tekst wordt verteld.' (Personages, conflict en perspectief, Frank Stüger, 2011, uitgeverij Augustus).
Gevolgd door een opsomming: een schrijver kan kiezen voor een ik-verteller, een personele verteller, een meervoudige verteller of een alwetende verteller. Elk perspectief geeft je verhaal een specifiek karakter. Uitproberen is dus de boodschap. 

Oefening 1
Het ik-perspectief in tegenwoordige of verleden tijd: beschrijf iets dat je zelf hebt meegemaakt eerst in het heden en dan in het verleden. Wat is het verschil in beleving?

Zoek

Ik sta aan de rand van het ballenbad. Voor de zeventiende keer komt ze met een brede glimlach van de glijbaan. Twee is ze en ze voelt zich als een vis, euh tja, tussen de ballen van het ballenbad.
"Nog!" eist ze. Ik geef haar een zetje. De eerste treden van het klimtuig zijn nog wat steil. Daarna kan ze het alleen. Ik sta te wachten tot ik het vrolijke gezichtje van mijn meisje opnieuw van de gijbaan zie komen. Ze laat op zich wachten. Zo is ze wel. Ik kijk of ik haar nog zie klimmen. Niets.
Het duurt nu echt te lang. Heb ik haar net gemist? Ik kijk rond tussen de ballen. Maar geen enkel hoofdje hoort bij mijn kind. Lichte paniek. Ik vraag hier en daar of niemand een klein meisje met blonde krullen en een blauwe trui heeft gezien. Ik krijg twee soorten reacties. Afstandelijke blikken. Van mensen die zich afvragen hoe stom je wel niet bent als je hier je kind kwijtraakt. En begrijpende blikken. Van mensen die onmiddellijk mee op zoek gaan. Raakten ze zelf ooit hun peuter kwijt? Misschien.

Zoek

Ik stond aan de rand van het ballenbad. Voor de zeventiende keer kwam ze met een brede glimlach van de glijbaan. Twee was ze en ze voelde zich als een vis, euh tja, tussen de ballen van het ballenbad. 
"Nog!" eiste ze. Ik gaf haar een zetje. De eerste treden van het klimtuig waren nog wat steil. Daarna kon ze het alleen. Ik stond te wachten tot ik het vrolijke gezichtje van mijn meisje opnieuw van de gijbaan zag komen. Ze liet op zich wachten. Zo was ze wel. Ik keek of ik haar nog zag klimmen. Niets. 
Het duurde nu echt te lang. Had ik haar net gemist? Ik keek rond tussen de ballen. Maar geen enkel hoofdje hoorde bij mijn kind. Lichte paniek. Ik vroeg hier en daar of niemand een klein meisje met blonde krullen en een blauwe trui had gezien. Ik kreeg twee soorten reacties. Afstandelijke blikken. Van mensen die zich afvroegen hoe stom je wel niet bent als je een kind kwijtraakt. En begrijpende blikken. Van mensen die onmiddellijk mee op zoek gingen. Raakten ze zelf ooit hun peuter kwijt? Misschien.

Het effect? Tegenwoordige tijd is heel direct. Je bent als lezer helemaal in het hier en nu. Je beleeft mee. In de verleden tijd kijk je terug. Samen met het personage.

Ik heb mijn dochter trouwens in tranen, maar vooral ook in één stuk, teruggevonden in de armen van een medewerker van de speeltuin.


Oefening 2
Neem een fragment in het ik-perspectief en maak er een jij van. Welk effect heeft dit op de tekst?

Toen ik acht was
Boterbloemen in de wei. Zo hoog als mijn hoofd. Short aan. Laarzen aan. Op avontuur. Pop Pia in mijn rugzak. Als ik hard genoeg trap met mijn laarzen, hier een beetje, daar een beetje, dan heb ik een huis. Een bloemenhuis voor mij en Pia. Daarna gaan we op avontuur. Naar het tuinhuisje van opa aan de rand van de wei. Hij is er niet vandaag. Jammer, geen koekjes. Daarna trekken we helemaal naar het einde van de bloemenwereld. Waar bloemen overgaan in maïs. Pia en ik kijken naar de hoge muur van maïs. Pia wordt een beetje bang. Ze denkt dat er enge dieren tussen de lange maïsstengels wonen.
"Alleen konijntjes Pia", fluister ik, "Er wonen alleen konijntjes." Snel neem ik haar terug mee naar ons huisje. Daar zitten we in de zon. Om Pia de enge dieren te laten vergeten, knutsel ik een bloemenketting. Daar krijg ik honger van. Ik waad door de bloemen en kruip onder de omheining. Mama kijkt op van het onkruid wieden. "Ben je daar?", lacht ze, "Wat denk je van een ijsje?"

Toen je acht was
Boterbloemen in de wei. Zo hoog als je hoofd. Short aan. Laarzen aan. Op avontuur. Pop Pia in je rugzak. Als je hard genoeg trapt met je laarzen, hier een beetje, daar een beetje, dan heb je een huis. Een bloemenhuis voor jou en Pia. Daarna ga je op avontuur. Naar het tuinhuisje van opa aan de rand van de wei. Hij is er niet vandaag. Jammer, geen koekjes. Daarna trekken jullie helemaal naar het einde van de bloemenwereld. Waar bloemen overgaan in maïs. Pia en jij kijken naar de hoge muur van maïs. Pia wordt een beetje bang. Ze denkt dat er enge dieren tussen de lange maïsstengels wonen.
"Alleen konijntjes Pia", fluister je, "Er wonen alleen konijntjes." Snel neem je haar terug mee naar jullie huisje. Daar zitten jullie in de zon. Om Pia de enge dieren te laten vergeten, knutsel je een bloemenketting. Daar krijg je honger van. Je waadt door de bloemen en kruipt onder de omheining. Mama kijkt op van het onkruid wieden. "Ben je daar?", lacht ze, "Wat denk je van een ijsje?"

Het effect? In het ik-verhaal beleef je alles samen met het kleine meisje in de wei. Je gaat als lezer op pad met het personage. In het jij-verhaal voel je meer afstand. Het voelt alsof er een oudere versie (of familie) van het kleine meisje aan het woord is die terugkijkt naar vroeger. Een jij-verteller is volgens mij ook wel erg ongebruikelijk. En voor gevorderden.


Nog meer uitproberen rond perspectief? Op Schrijven online vind je een uitgebreide reeks oefeningen.



Follow my blog with Bloglovin

1 februari 2016

Schrijf het met een tweet: Weerloos

Een verhaal dat begint in het park

Twitter is een wereld vol korte berichtjes waar hele verhalen achter zitten. Daar zit een schrijfoefening in, dacht ik zo. Dus af en toe pluk ik een tweet uit de feed en verzin ik er een eigen verhaal bij.


Het was niet makkelijk vanavond om een tweet te vinden waarbij ik een verhaal voelde. Teveel Mol-twitter ... Maar het is toch gelukt!

Weerloos

Ik zat gewoon op een bank. In het stadspark. Er vielen gele en rode bladeren. In mijn haar en tussen mijn voeten. Ik merkte het niet. Ik las de laatste nieuwe van Karin Slaughter. Ik verdronk bijna in de bladzijden. Alle geluiden leken ver weg. Onder water. Ik merkte pas dat hij er was, toen ik hem voelde. Zijn dij tegen de mijne. Onnodig dichtbij op de enige bezette bank in het park. Ik voelde zijn warmte door mijn jeans.
"'Mooie meisjes' lees je", zei hij, "Net als jij."
Flauw, dacht ik. Maar mijn mond glimlachte. Hij vertelde over zichzelf. Dat hij Jonas heette. Dat hij studeerde in de stad. Filosofie. Hij maakte mijn buik week met semi-diepzinnige opmerkingen. We dronken koffie. Wisselden nummers uit.
We bleven elkaar zien. Hij mocht mij nu op elk moment uit mijn boekenwereld halen. Hij stoorde mij niet meer. Ik wilde hem.




Het werd kouder. Er hing sneeuw in de lucht. Na de zoveelste wandeling in het park, nam hij me mee naar zijn kot.
"Je bent helemaal koud", zei hij. "Kom mee."
Hij zette thee voor mij. Mét suiker. Oftochzoiets. Om op te warmen. Dat was wat hij zei.
"Zal ik het bad laten vollopen?" vroeg hij. En toen hij mijn blik zag: "Ja, ik heb een bad. Mijn enige luxe hier in dit kot."
Ik zakte weg in de zetel. Het klaterende water wiegde mij. In slaap. Of net niet. Ik merkte pas dat hij er weer was, toen ik hem voelde. Naakt. Ik was plots naakt. Ik wist niet hoe. Zijn warmte tegen mijn ijskoud. Plots té dichtbij. Ik probeerde hem aan te kijken. Wilde vragen. Iets. Maar het beeld zwom. Mijn mond werkte niet. Meer. Het bad voelde als een baarmoeder. Ik wilde bijna in foetushouding liggen en rustig in slaap vallen. Het voelde even alsof ik gewoon zou kunnen doorademen onder water. Heel even maar. 


Wil je meer? Lees dan de Twitter-verhalen Scherp of Dat beeld van haar.


Follow my blog with Bloglovin


25 januari 2016

Schrijven over gisteren: Zij

Hond slaapt om mat

Dit is nummertje twee van een nieuwe reeks blogposts. Een reeks waarin ik mezelf een beetje meer blootgeef. Ik schrijf autobiografisch en keer terug naar de prille lente van mijn leven. Ik wil de kleine momenten uit mijn kindertijd vastleggen. Om zo naar de wereld te kijken door de ogen van het kind dat ik was. 
Deze keer werd ik geïnspireerd door een schrijfoefening van boekschrijven.nl.  Schrijf over een keer dat je verdwaald was. Weggelopen. Een moment waarop je als kind echt helemaal opging in je eigen wereld.
Het werd een moment waarop de wereld even te groot was voor mij. Een moment waarop ik ging schuilen bij één van mijn beste vriendinnen ooit. 

Zij

"Wij moeten naar de wei. Naar het spel", zei mama. "Als er iets is, ga dan naar je tante. Die staat bij de ijsjes en de taart. Ok?"
Ik knikte. Mama vind mij al groot, dacht ik trots. Groot genoeg. Ik zocht de beste plek om naar het spel te kijken. Ergens in het gras. Achter een nadarhek. Papa wees van hier naar daar. Mama had papieren in haar handen. Ze stuurden een spel dat ik niet begreep. Een dans van jonge mannen met een meisje in hun nek. Eieren die keihard door de lucht zoefden. Eentje vlak langs mijn oor. Het spatte uit elkaar tegen een boomstam. Ik schrok. Greep het hek met twee handen stevig vast. Buurtbewoners moedigden hun favoriete ploeg luid aan. Het oerwoud van benen rondom mij werd dichter. Ik voelde knieën in mijn nek. Koud bier over mijn blote schouder. Was er dan niemand die mij kon zien? Echt zien.
Ik wriemelde tussen de benen door. Maar één plek in mijn hoofd. Met grote stappen liep ik langs de kraampjes van de rommelmarkt. Voorbij het café en de feesttent. Hoorde ik mijn naam nog?
Ik moest op mijn tenen gaan staan. Het hekje van onze achtertuin piepte. Zoals altijd. Toch kwam ze niet. Schuilde ze ook voor de warmte en het lawaai? Ik vond haar in het hok. Een lieve hoop haar en kwijl. Op handen en voeten kroop ik door het gat. Ik ging naast haar liggen. Mijn hoofd zocht het zachte plekje in haar nek. Mijn hand wreef over haar oor. Opnieuw en opnieuw. Tranen. Van opluchting. Om de drukte die wegviel. Zij en ik alleen.
Ik vertelde haar verhaaltjes. Daar werd ze rustig van. Ik ook. Verhaaltjes over mollen vangen in de beek. Over wandelingen in het veld. Nergens iemand te zien. Alleen een fazant om achteraan te zitten.  
Ik moet geslapen hebben. Heel even maar. Denk ik.
"Katrien! Katrien!" Een paniekerige stem in de tuin. Mama. Slaperig kroop ik achterste voren uit het hok. Min of meer klaar om opnieuw de wereld in te stappen.

Meer lezen over gisteren? Dat kan hier.

Follow my blog with Bloglovin

19 januari 2016

Schrijf het met ... K3: Seconden tikken in mijn lijf

onderweg naar een ongeluk
 
Inspiratie vind je overal ... schreef ik in mijn vorige blogpost. Dus ook tijdens een avondje meebrullen met K3. Ik zag er een beetje tegenop. Tegen de K3-gekte. Maar eigenlijk was het geweldig om nog even een klein meisje te zijn. Samen met mijn eigen kleine meisjes.
Eén zin uit een liedje bleef hangen: Ik voel de seconden tikken in mijn lijf. Een zin waar een verhaal in zit. Het werd geen vrolijk K3-verhaal.

Vanavond is onze avond 

Ik kon het maar beter vergeten. De auto kreeg ik zeker niet mee. Of ik wel goed wijs was. Gewoon geen goed idee. Er reed toch zeker wel een trein? Dat vond papa ervan.
Ik koos voor puberstrategie. Pruillip, valse tranen, slaan met deuren.
Dat het niet eerlijk was. Dat ik het al beloofd had aan Janina en Margot. Dat ik mijn rijbewijs al meer dan een jaar had. En dat we al weken naar deze avond uitkeken. Dat gilde ik. Naar papa, mama en iedereen op ons verdiep die het wilde horen.
Ik kroop onder mijn dekbed en hoorde het bekende gesprek. Poeslieve woorden van mama. Papa steeds rustiger. Ze legde de sleutel zachtjes op mijn bureau. Dat ik voorzichtig moest zijn en van de avond genieten, knipoogde ze.
Mylan leek alleen voor ons te zingen. We zongen luidkeels mee. Na afloop van het concert wilden Janina en Margot in de bar blijven hangen. Ze hoopten dat Mylan zomaar zou opduiken. Of in elk geval zijn gitarist. Of de drummer misschien. We zagen niemand. Natuurlijk niet. Zij dronken nog een laatste wijntje (en nog één). Ik verdronk haast in de Cola Zero.
"Wat een avond", giechelden ze toen we eindelijk in de auto stapten. Na exact zeventien minuten lagen ze allebei te slapen. Ik vocht ertegen.
Ik schrok van schurend metaal. De vangrail. De auto tolde. Ik zag een vrachtwagen recht op ons afrijden. Ik voelde de seconden tikken in mijn lijf. Trager dan traag. Dan toch de klap. En stilte.
"Slapen ze nog", dacht ik heel even. "Janina? Margot?" zei ik. Zachtjes. Vragend. Niets.
Ik hoorde benzine of olie druppelen. Besefte nu pas dat de auto op zijn kop lag. Ik kroop langs de versplinterde voorruit naar buiten. De chauffeur van de vrachtwagen rende mijn richting uit. Een andere auto stopte. Ik krabbelde recht.
Ineens waren er veel mensen. Geroezemoes. 'Och', 'wat een klap' en 'leven ze nog?' Ik zag het slaperige lichaam van mijn vriendinnen hangen.
"Help ze", fluisterde ik bijna.
"Gaat het meisje?" vroeg een vrouw met een paraplu. Dan pas voelde ik de regen.
"Mijn vriendinnen!" riep ik nu.
"Zat jij daarin?" zei ze vertwijfeld.
"Help!" gilde ik naar iedereen die het wilde horen.
Niemand deed iets. De mensen stonden in een stille kring rond het wrak. Witte gezichten. Wangen nat van regen en tranen. Het werd drukker. Van onder de paraplu en met een arm om mij heen zag ik politieagenten, snijbranders, ambulances. En dan waren ze weg. Janina en Margot. Ik vergat die avond nooit. Nooit.

Meer lezen? Klik dan door naar mijn vorige schrijfoefeningen: uit het leven gegrepen of verzonnen.

Follow my blog with Bloglovin



12 januari 2016

Schrijven over gisteren: Als de duiven vallen

verhaal kindertijd duiven vallen
 
In een nieuwe reeks blogposts geef ik mezelf een beetje meer bloot. Ik ga autobiografisch schrijven en keer terug naar de prille lente van mijn leven. Ik wil de kleine momenten uit mijn kindertijd vastleggen. Om zo naar de wereld te kijken door de ogen van het kind dat ik was.

Als de duiven vallen

Zes was ik. Zo ongeveer. Mijn zusje vier. De tuin van onze grootouders was onze kleine wereld. Een perfecte kleine wereld. Met een volmaakt grasgroen gazon. Peter maaide het. Elektrisch. Meter werkte de kantjes bij. Met een schaar. Het gazon was alleen toegelaten voor kindervoeten als het droog was. Want sporen achterlaten, dat mocht niet.
Onze kleine wereld was symmetrisch ingedeeld. Met betonnen paadjes. Paadjes waarop we alleen mooi in het midden mochten lopen. Paadjes die leidden naar een moestuin waar elk groentebed met zorg werd gespreid.
Achteraan, aan de straatkant, stonden twee sparren. Al jaren. Zoveel jaren dat ze dik genoeg waren om achter te verdwijnen. Soms verdwenen we in verzonnen verhalen over de bijna onzichtbare mensen in de huizen. Andere keren verdwenen we in het universum van de mieren en de pieren in het gras.
Als het plekje achter de bomen begon te vervelen, praatten we tegen het hondje achter de haag. Of we zongen liedjes onder de wasdraad. Gewoon omdat het er zo lekker rook. Naar meter. Als ik nu zelf was buiten hang, ruik ik vaak dat ze even naast mij staat. Even maar.
Ons lied was uit als het tijd was voor de duiven. Die moesten vallen. Toen ik vijf was, dacht ik dat de duiven die de avond voordien in hun mand op reis waren vertrokken, gewoon uit de lucht zouden komen vallen. Met een doffe plof. Moe van de reis.
Toen ik zes was wist ik beter. Die domme duiven kwamen niet zomaar plots naar beneden vallen. Nee, ze cirkelden eerst een eeuwigheid boven de tuin. Om dan heel voorzichtig op het dak van de garage of het duivenkot te landen. Klaar om bij de minste beweging weer op te vliegen.
Wanneer peter geconcentreerd naar de lucht begon te kijken, probeerden we ons zo onzichtbaar mogelijk te maken. Misschien dat hij dan niet ...
"Anneleen! Katrien! Naar binnen!"
Het lukte nooit. Met tegenzin liepen we over het rechte pad. Naar binnen. Achter het glas van de veranda keken we naar een nerveuze man in een blauwe kiel. In zijn handen een kroes met zaad.
"Kom! Kom! Kom!" schudde hij. Opnieuw en opnieuw. Zijn hoofd in zijn nek. De 'constateur' klaar op de vensterbank. Alleen als we teveel lawaai maakten, keek hij naar beneden. Dan kregen we een vuile blik.
"Kom! Kom! Kom!" klonk het dan nog luider. Minutenlang. Zenuwachtig ijsbeerde hij op en neer. Tot de eerste duiven op het dak landden. Dan stond hij doodstil. Wij hielden onze adem bijna in. Bang om te bewegen. Tot de eerste duif - eindelijk - binnen was. Snel-snel klokte hij de ring. En de wereld draaide weer verder.
Ik haat duiven. Nu nog.

Follow my blog with Bloglovin





Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...